Eva Hartog

SpecialityHZ/University of Applied Sciences Vlissingen/Middelburg

In 2006 studeerde Eva Hartog af aan de Watermanagement opleiding aan de HZ University of Applied Sciences. Daarna is ze als onderzoeksassistent Macrobenthos aan de slag gegaan bij het NIOZ in Yerseke. Drie jaar later werkte ze bij WMR. Hier deed ze veel veldwerk op het gebied van vis en schelpdieren. Momenteel is Eva projectleider en senior-onderzoeker bij het lectoraat Aquaculture in Delta Areas aan de HZ, waarbij ze het aanspreekpunt is voor de mossel- en oestersector in Zeeland. Ze heeft zich, sinds ze in 2013 als onderzoeker begon bij het lectoraat, gespecialiseerd in onderzoek naar schaal- en schelpdieren. Ze heeft onder meer onderzoek gedaan naar de Japanse oesterboorder, het zo efficiënt mogelijk invangen van oesterbroed en  een app voor mosselvissers mede-ontwikkeld waarmee de mosselkwekers beter inzicht krijgen in hun kweekactiviteiten (profmos.nl).

 

Samenvatting – Innovaties in de oesterkweek

De bodemoesterteelt in de Oosterschelde is in 2010 gestart. De bodemoesterteelt resulteert doorgaans in oesters (Crassostrea gigas) met een snellere groei en een hogere vleeskwaliteit in vergelijking met de conventionele bodemoesterteelt, door een hogere voedingswaarde en beschikbaarheid hoger in de waterkolom. Het gebruik van triploïde oesters, die meer energie steken in de groei, zorgt voor een korter kweekproces. Bij off-bottom teelt wordt oesterbroed met hoge dichtheid (ca. 5000 stuks) in fijnmazige zakken of manden geplaatst en tijdens het groeiproces handmatig in dichtheid uitgedund tot consumptiegrootte. Het uitgangsmateriaal, oesterbroed, kan van verschillende oorsprong zijn en komt meestal uit broedhuizen in Nederland, Ierland en Frankrijk.